Ballade – Daar zijn er

Tekst: Boudewijn Knevels – Muziek: Ludo Claesen

Da da da da da da da da daaaar zijn er
die ha ha ha ha ha ha ha hakkelen bij ‘t spreken
maar als ze zingen, als e zingen
dan hakkelen zij niet
als ze zingen, ja als ze zingen
dan hakkelen zij niet

Da da da da da da da da da daaaar zijn er
die sto sto sto sto sto sto stotteren bij ‘t spreken
maar als z e zingen , als ze zingen
dan stotteren zij niet
als ze zingen, ja als ze zingen
dan stotteren zij niet.

Da da da da da da da da daaaar zijn er
die ha ha ha ha ha ha ha haperen bij ‘t spreken
maar als ze zingen, als ze zingen
dan haperen zij niet
als ze zingen, ja als ze zingen
dan haperen zij niet.

Da da da da da da da da daaaar zijn er
die ta ta ta ta ta ta ta tateren bij ‘t spreken
maar als ze zingen, als ze zingen
dan tateren zij niet
als ze zingen, ja als ze zingen
dan tateren zij niet.

Da da da da da da da daaaar zijn er
die zi zi zi zi zi zi zi zi zzingen als ze srpeken
die zo zingen,als ze spreken
die wonen op Limburgs grondgebied
ja die zingen als ze spreken
die zijn van elders niet.

 

Ballade is een ééndelig doorgekomponeerd werk voor gelijkstemmig koor met kamerorkest, waarin een sterk ‘Van Ostayen’-getinte tekst van Boudewijn Knevels, centraal komt te staan. Het is algemeen geweten dat zingen en musiceren veel fysiologische problemen en gebreken kan oplossen, zelfs wanneer men zegt: “Daar zijn er die zingen als ze spreken…” (indien dit als een gebrek mag beschouwd worden.
Diverse motiefherhalingen, spreekkoor-effecten, glissandi en andere ritmische ‘Spielereien’ geven kleur aan de tekst, geruggesteund door een zeer creatieve en stimulerende orkestratie.

De toch wel eigentijdse toonspraak doet levendig aan , waarbij het ritme als motor en drijvende kracht, duidelijk symbool staat voor het hakkelen, stotteren,haperen,tateren en … zingen.