Sonnet 43: “When most I wink, then do mine eyes best see”

For flute, piano and soprano                    Music written by LUDO CLAESEN
Hasselt, 2004 June the 16th                    Tekst written by WILLIAM SHAKESPEARE

dedicated to the soprano ELS CROMMEN

 

De muziek van Claesen vertrekt steeds vanuit het vocale gedachtengoed zodat aandacht voor melodische lijnen onontbeerlijk wordt.
Aan de basis van dit trio ligt een octotonisch concept dat zorgt voor een indringende poëtische verklanking van deze tekst.
De ambitus van de zangstem wordt volledig benut waardoor er een symbiose ontstaat tussen de vocale kleuren en de subtiele, vaak suggestieve instrumentale partijen.
Ondanks het feit dat vorm en structuur de basiselementen blijven, creëert het werk toch een grote melodische vrijheid voor alle musici.

When most I wink, then do mine eyes best see
for all the day they view things unrespected;
But when I sleep, in dreams they look on thee,
and, darkly bright, are bright in dark directed;

Then thou whose shadow shadows doth make bright,
How would thy shadow’s form form happy show
to the clear day with thy much clearer light,
When to unseeing eyes thy shade shines so !

How  would mine eyes be blessed made
By looking on thee in the living day,
When in dead night thy fair imperfect shade
Through heavy sleep on sightless eyes doth stay?

All days are nights to see, till I see thee,
And nights, brights days, when dreams do show thee me.        (William Shakespeare)

(alle dagen schijnen nacht tot ik u zie, en nachten held’re dag als dromen mij u tonen)